Jeuk!

 

Illustratie: Tomas Schats

Vijf minuten binnen en meteen al jeuk. Dat komt niet door de deelnemers hoor, want ik ken weinig mensen op de CVOI. Nee, het moet te maken hebben met mijn al dan niet tijdelijke fixatie op jeuktermen in het onderwijs. Deze woensdag staat deel 2 van mijn interview met Japke-D. Bouma in NRC en wij hebben samen nogal gegniffeld om veel modieuze termen die je in het onderwijs tegenkomt. En laat nou net déze conferentie vergeven zijn van die termen.

Net deze ochtend heb ik tijdens mijn lessen nog uitgelegd aan mijn studenten wat signaalwoorden zijn, hoe je hoofdgedachte en onderwerp van een tekst uit elkaar kunt houden en hoe je je kortom, goed kunt voorbereiden op een examen Lezen en Luisteren. En als ik op deze conferentie lees en luister, raak ik zelf het spoor bijster.

Het begint al met de keynote speech. Ik vind ‘thematoespraak’ een mooie alliteratie, net zoals ik ‘themaspreker’ een goed woord vind. Dat zal wel hopeloos ouderwets zijn,  maar van keynote spreker Filip Dochy leer ik in twintig minuten dat ik inderdaad hopeloos ouderwets ben. Zijn oproep ‘stop met lesgeven!’ vind ik overigens best verfrissend –stenen zijn er om in de vijver gegooid te worden- maar hij raakt me vervolgens kwijt. Dat zal komen doordat hij op unilaterale wijze vertelt dat wij niet meer op unilaterale wijze dingen moeten duidelijk maken, maar hij heeft ook nogal last van haast. Hij wil ons namelijk vertellen dat we High Impact Learning bij onze studenten bereiken door de bouwstenen Urgency, Learner Agency, Action&Sharing, Collaboration&Coaching, Hybrid Learning, Flexibility en Assesment as learning. Dat ging voor sommige mensen een beetje te snel denk ik,  dus nog even voor de mensen achterin: High Impact Learning bij onze studenten door de bouwstenen Urgency, Learner Agency, Action&Sharing… ach laat ook maar. Dochy is trouwens eerlijk genoeg om toe te geven dat zijn verhaal bij ons waarschijnlijk niet beklijft, gelukkig heeft hij een youtubekanaal en een aantal boeken.

Na een geweldige muzikale, interactieve act van de Tin Men –die samen met het publiek een compositie maken, ja, dat kan!- is er een mer à boire aan workshops, talks en lezingen. Ik zie veel ‘innoveren’ voorbijkomen, excellentie, ambitie, ‘learning’ (dat is toch gewoon leren? Of kent het Engels meer nuance?), activerende werkvormen, vakmanschap…. Het overvalt me ineens. Wat doe ik hier? Ja, zelf een talk houden van 12 minuten (is écht een goede werkvorm!) over hoe ik samen wil leren met mijn studenten. En toegegeven, ik heb er zélf ook een hip etiket op geplakt: ‘community learning’. Jeukterm, volgens sommigen. Zo sta je in het NRC te vertellen dat we daarmee moeten stoppen, zo gebruik je er zelf eentje.

Aan het eind van de middag loop ik rond op de conferentie en vraag me af wat een buitenstaander zou denken als hij nietsvermoedend nu de Harmonie binnenloopt. Hij zou kunnen gaan naar een workshop waar duidelijk wordt gemaakt dat ‘creativity belangrijk is om (out-of-the-box) oplossingen te vinden voor problemen waarvan we nu het bestaan nog niet kennen’. Toegegeven, ik ben niet naar die workshop geweest. Het lijkt me namelijk niet zo zinvol om problemen te gaan oplossen die ik niet ken. En waar ik creativity out of the box vandaan haal (Naschrift: de bezoeker kon er niet naar toe. Wegens ziekte was de workshop vervallen).

Swanhilde Kieft bij haar workshop ‘Green School

Maar er is hoop. Ik loop in een grand cafeetje een workshop binnen. Er staat een jonge docente van Nordwin uit te leggen hoe zij in een digitale omgeving haar studenten uitdaagt om Engels te leren. Het heet Green School. Engels, ja, maar dat mag: dat is haar vak. Swanhilde Kieft staat met zoveel liefde, enthousiasme,  en vooruit, passie, te vertellen over haar lessen dat ik er zelf enthousiast van word. Ze komt koud van de lerarenopleiding en ze weet nu al hoe ze haar studenten moet stimuleren. Luisterend naar haar denk ik: we moeten nooit, maar dan ook nooit stoppen met lesgeven!

“Alles is al eens verteld, maar nog niet door jou”

Toen ik hoorde dat het Consortium voor Innovatie zijn Conferentie voor Onderwijsvernieuwing en ICT in Leeuwarden hield, had ik meteen al de gedachte: “daar moet ik bij zijn”. Zo vaak gebeurt het niet dat een groot onderwijscongres bij mij in de buurt wordt gehouden. En dan zou ik gewoon als deelnemer kunnen gaan, maar dit schooljaar staat bij mij in het teken van mijn rol als mbo-ambassadeur als ‘mbo-docent van het jaar’. Dus ik zou daar op z’n minst van me kunnen laten horen.

Maar dan begint het probleem. Praten is het probleem niet, daar heb ik mijn vak van gemaakt. Maar waar moet ik het te midden van al die deskundigen en innovators in het onderwijs over gaan hebben? Wat wordt er dan van me verwacht? Ik vind mezelf niet zo’n visionair en innovator. En een groot theoreticus ben ik al helemaal niet. Ik geef vooral graag les.

Toen ik naar het thema keek, geïnspireerd op Leeuwarden/Fryslân als Culturele Hoofdstad van 2018 –Kultuer en Mienskip- bedacht ik dat ik het misschien juist niet over zware theorieën moest doen. Juist doordat ik investeer in gemeenschapszin op school droegen studenten mij een tijd geleden voor als leraar van het jaar. En ja, ik zou daar een theorie aan kunnen hangen: de ‘learning community’. Een school waar je als docenten en studenten vooral sámen leert. Elders zou ik het trouwens als jeukterm kunnen wegzetten, maar goed.

Dan dient zich het volgende probleem aan: hoe leg je dat uit in 12 minuten? Dat is niet veel, maar aan de andere kant: ik denk dat veel meer conferenties en bijeenkomsten het zouden moeten en kunnen doen met korte ‘Talks’. De kracht zit hem vaak in de beperking, sommige workshops van een uur zijn veel te lang (en toegegeven: sommige van uur zijn juist veel te kort). Bovendien weet mijn publiek er in veel gevallen nog meer van af dan ik…

Maar toen moest ik denken aan wat ik mijn studenten altijd voorhoud als ze bang zijn dat hun onderwerpkeuze voor hun betoog een te vaak uitgekauwd cliché is: “Alles is al eens verteld, maar nog niet door jou”. In mijn MBO Talk ga ik vooral vertellen over mijn dagelijkse lespraktijk. Niet zozeer ‘waarom’, maar vooral ‘hoe’. Inclusief de mislukkingen. En dat in 12 minuten. Met als risico dat mijn publiek niets nieuws hoort. Maar hé, het duurt nog geen kwartier. En ze hebben het nog niet van mij gehoord.