Benoembaar, bekwaam en bevoegd in het mbo #cvimc

Vanaf 1 augustus wordt ik projectleider van de Opleidingsschool MBO de we samen met Fontys aan het bouwen zijn op het Koning Willem I College. De reden om de workshop: ‘Benoembaar, bekwaam en bevoegd in het mbo’ te volgen van Yvonne Dijkman en Nathan Soomer van de MBO Raad.
De workshop start met een old school quiz waarin aan de hand van stellingen blijkt hoe lastig het is om vast te stellen of iemand benoembaar is: Mag je een 1e graad docent Engels benoemen om het keuzedeel Duits laten geven?, Mag je iemand met veel ervaring als trainer in een sportschool benoemen als gymdocent? of Mag je een 4de jaars student Pedagogiek het benoemen als docent Rekenen?.
Om scholen te helpen heeft de MBO Raad een service document: ‘Benoembaar, bekwaam en bevoegd’ gemaakt.
Een docent van de lerarenopleiding is benoembaar voor het vak waarvoor hij is opgeleid. Een docent met een diploma van een oude lerarenopleiding (diploma van voor 1991) is benoembaar.Een zij-instromer is benoembaar als hij een hbo-diploma heeft voor het vak dat hij gaat geven, door het bevoegd gezag geschikt wordt verklaard en een PDG-opleiding succesvol heeft afrond. Een zij-instromer die geen hbo-diploma heeft is benoembaar als hij aantoonbaar hbo-werk en denkniveau heeft. Een zij-instromer die nog geen PDG-opleiding heeft afgerond is tijdelijk (maximaal 2 jaar) benoembaar als hij de PDG-opleiding gaat volgen. Een invaldocent is tijdelijk benoembaar (maximaal 2 jaar) als het bevoegd gezag iemand geschikt acht en er afspraken gemaakt zijn om binnen 2 jaar alsnog aan de bekwaamheidseisen te voldoen. Een gastdocent met specifieke kennis en vaardigheden is beperkt benoembaar voor maximaal 4 uur/week op jaarbasis. Hieraan zit geen maximale duur. De LIO is tijdelijk benoembaar (valt onder de categorie invaldocent).
Vanuit de deelnemers komt de vraag wat de sanctie is als je niet aan bovenstaande voldoet? De bekostiging van een school hangt onder andere af van bovenstaande. Een bekostigingssanctie zou het gevolg kunnen zijn. Of de gegeven onderwijstijd wordt niet meegeteld.


Patrick Koning is auteur van: ‘#Mediawijsheid in de klas‘, edublogger op Lerenontrafeld.nl, actief op Twitter (@pjkoning) en werkt als trainer/ontwikkelaar bij de Academie voor Teaching & Learning van het Koning Willem I College in ‘s-Hertogenbosch.

Sfeerimpressie managementconferentie ‘Droom en Daad verbinden’ #cvimc

Voorafgaand aan dag 2 van de CvI-managementconferentie ‘Droom en Daad verbinden’ wil ik een korte sfeerimpressie geven. De sfeer is m.i. namelijk een van de sterke kanten van de conferenties van het Consortium voor Innovatie. En kennisdeling vindt pas echt plaats als de sfeer goed is.

Het is lastig om in verschillende regio’s originele locaties te vinden waar je met meer dan 1000 mensen kunt confereren. Een aantal jaren geleden vond deze conferentie plaats in de Roompot te Domburg. Dat was geweldig. De Efteling is ook uniek.

 

opening cvi

Theaterzaal van de Efteling tijdens de opening. Deze conferentie heet ‘managementconferentie’. Een naamsverandering is het overwegen waard aangezien er ook veel niet-managers zijn (docenten onder meer). Studenten spelen altijd een belangrijke rol bij CvI-conferenties. Bijvoorbeeld bij de opening. Ongeveer 140 studenten van ROC Tilburg zijn dit jaar actief.

Het CvI bestaat dit jaar 25 jaar. Addy de Zeeuw van het CvI was er vanaf het begin bij, en werd terecht bedankt. Hij heeft echter een hekel er aan om in de aandacht te staan. Hij was van het podium af voor we er erg in hadden. Addy is overigens één van de meest creatieve personen die ik ken. Ik heb twee conferenties met hem mogen organiseren en heb veel van hem (en van de andere CvI-medewerkers) geleerd.

Wouter Hart

Keynote-spreker Wouter Hart.

Hier kun je o.a. luisteren naar keynotes.

 

In de Fata Morgana vinden A3-presentaties plaats.

stand cvi

  

 Voorbeeld van een A3-presentatie. Waar ook veel wordt gediscussieerd.

 

 Het CvI heeft ook een groep ‘Vrienden van het CvI’. Karin Winters en Willem Karssenberg horen daarbij. Ik ook. Vrienden doen wat extra’s voor het CvI, en het CvI waardeert de vrienden. Ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van het CvI kregen we een rozet en een fles bubbels. Op de rozet van Willem staat ’65’. Willem was gisteren jarig.

Logistieke innovaties en onderwijs #cvimc

Kunnen ontwikkelingen op het gebied van logistiek inspiratie bieden voor onderwijslogistiek? Ja. Weet men ook al hoe? Nog niet.

Iris Vis van de Rijksuniversiteit Groningen ging in op logistieke uitdagingen binnen het onderwijs. Zij is thuis in de logistiek, maar houdt zich onderzoeksmatig ook bezig met flexibilisering en personalisering van het onderwijs en de impact op logistiek.
Iris vertelde over de grote impact die internettechnologie heeft gehad op de logistiek. 
Dankzij internettechnologie kunnen vandaag bestelde producten heel snel in huis zijn. Je wilt als klant bepalen wanneer iets bezorgd wordt, en bij voorkeur in één keer. Dat leidt tot de volgende mogelijkheden:
Webshop -> centraal magazijn -> thuis
Webshop -> winkel -> thuis
Waar haal je het product vandaan, hoe bezorg je het thuis (fietskoeriers, pakketboot, bus)? Als dienstverlener moet je nadenken over die modaliteiten. Maar je moet ook nadenken over zaken als kosten en duurzaamheid (lege bussen vervuilen).
Andere ontwikkelingen zijn:
  • Crowdsourcing: laat klanten de bestelling meenemen? Mensen worden ‘assistent-logistiek dienstverlener’. Via een app kun je je daar voor aanmelden.
  • Drones. Daar wordt ook mee geëxperimenteerd. Interessant voor afgelegen gebieden.
  • Zelfrijdende voertuigen.Via een SMS-code maak je een kluisje open waar jouw product in ligt.
  • Leidingnet. Vergelijk het met de buizenpost van vroeger. Dat betekent wel ingrijpende aanpassingen van de fysieke omgeving. 
Nieuwe modaliteiten impliceren ook andere processen. Hoe kom je tot een goed logistiek ontwerp? Welke doelen streef je na? Welke keuzes en afwegingen maak je? Met welke randvoorwaarden heb je te maken? Deze vragen liggen ten grondslag aan je ontwerp.
Hoe gaan we bijvoorbeeld de vraag voorspellen? Willen klanten een product binnen een dag hebben? Kun je bijvoorbeeld bij voorbaat producten verspreiden? Big data spelen daarbij een rol. Nespresso kan bijvoorbeeld jouw koffiedrinkgedrag voorspellen, en daar op inspelen. Als je een nauwkeurig idee hebt van de vraag, dan kun je anticiperen. Kun je aan twitterdata bijvoorbeeld zien dat een boek populair wordt?
Welk transportmiddel willen we gebruiken, hoeveel voorraad willen we hebben? Hoe maken we een planning voor de aflevering? Welke capaciteit hebben we om te kunnen bezorgen?
Waar gaan we deze dienst aanbieden? Meteen landelijk of voeren we stapsgewijs in? Denk aan de bezorgservice van AH? Zij hebben dat geleidelijk ingevoerd.
Hoe weten we of iets een succes is? Wat zijn prestatiematen? Kosten, klanttevredenheid, werkomstandigheden, personeel, duurzaamheid, veiligheid? Neem diverse facetten mee, voordat je een ontwerp gaat maken.
Elke organisatie is uniek en maakt zijn eigen business case. Verder geldt dat een hogere dekkingsgraad leidt tot een eenvoudiger verlopende distributie. 
Volgens Vis zijn hierbij veel parallellen met logistiek in het onderwijs te trekken. Scholen willen gepersonaliseerd onderwijs realiseren, maar lopen aan tegen de organiseerbaarheid. 
De lerende is dan de evenknie van de klant, al gaf zij ook een voorbeeld van roostering waarbij de lerende toch eigenlijk als ‘product’ werd beschouwd.
Iris Vis schetste ook de ontwikkeling waarbij de productie van push naar pull gaat. Massaproductie past daar niet meer goed bij. 3D-printers zorgen er zelfs voor dat je geen onderdelen meer op voorraad hoeft te hebben.
Je wilt exact maken wat de klant wil, op het juiste moment, zonder verspillingen. Je wilt als bakker aan het eind van de dag namelijk geen brood over hebben. Je wilt ook niet dat talenten van je medewerkers niet goed worden benut.
Iris stelde dat de lean filosofie veel potentie biedt voor onderwijslogistiek. Deze filosofie gaat er vanuit dat experts op de werkvloer weten hoe ze processen moeten  regelen. Teams zijn dan zelfsturend binnen kaders. Binnen de zorgsector wordt lean bijvoorbeeld al gebruikt om wachttijden voor operaties korter te maken. Dit concepten werken ook binnen dienstverlenende organisaties.
Vervolgens ging Iris Vis in op Zo.Leer.Ik! Daarbinnen werken 18 scholen aan de invoering van gepersonaliseerd onderwijs. Lerenden kiezen eigen leerpaden. Leerstof is aan de hand van leerdoelen opgedeeld in modules en thema’s. Via gesprekken met een coach wordt bewaakt dat lerenden ook werken aan de leerdoelen. Via een logboek worden vorderingen beschreven, en wordt de voortgang gemonitord.
Hoe organiseer je onderwijs op maat? Hoe stel je groepen samen? Welke werkzaamheden voeren docenten wanneer uit? In sessies zijn binen dit initiatief de primaire processen in kaart gebracht en via value stream mapping is gekeken naar activiteiten en processen nu en straks. 
Kun je de leervraag van lerenden voorspellen? Als dat mogelijk is, kun je een inschatting maken waneer je welke docenten nodig hebt. Kun je data uit het verleden en data via sociale netwerken daarbij gebruiken? Lerenden blijken bijvoorbeeld vooral te kiezen wat zij lastig vinden.
Via formatieve toetsen kun je checken of lerenden naar een ander onderdeel kunnen gaan. Dit betekent dat leerlingen onderdelen gaan volgen in groepen met een andere samenstelling. Je moet als school ook bepalen bij hoeveel lerenden je les gaat geven. Ook in de logistiek van andere sectoren bezorgt men pakjes gezamenlijk, en niet één voor één.
Iris Vis benadrukte terecht dat je bij het ontwerp van onderwijslogistiek veel vragen moet beantwoorden, voordat je je tot een ontwerp kunt komen. Persoonlijk had ik gehoopt meer antwoorden te krijgen. Binnen het MBO en HBO wordt immers al meerdere jaren gezocht naar vormen waarom onderwijs meer gepersonaliseerd kan worden, en naar de impact op de onderwijslogistiek. Het lastige hierbij is ook dat de lerende de ene keer ‘klant’, en de ene keer ‘product’ lijkt te zijn.
Ik vind het sowieso best ingewikkeld om de vergelijking te maken tussen -bijvoorbeeld- Cool Blue en het beroepsonderwijs. Desondanks is het waardevol om je te laten inspireren door andere sectoren.

Keynote: ‘Systematische Cultuurverandering binnen Stedelijke Onderwijslocaties’ #cvimc

Ilias El Hadioui, Wetenschappelijk Docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en programmaleider van de Transformatieve School, start zijn keynote met het onderscheid tussen de leefwereld, die van de student, en de systeemwereld, die van de school, en de spanning die tussen deze twee leefwerelden. Hij toont dit verschil aan door een scene uit de film: ‘Entre les murs’ te tonen waarin het Frans dat de leerlingen leren (de systeemwereld) niet overeenkomt met de taal die ze op straat spreken (de leefwereld). Ilias betoogt dat niet twee, maar drie leefwerelden zijn waarop de jongeren willen excelleren:
  • Straatcultuur – voornamelijk een mannelijk cultuur.
  • Schoolcultuur – voornamelijk een vrouwelijke cyltuur.
  • Thuiscultuur – divers: volkscultuur, moderne cultuur, traditionele cultuur, et. cetera.
In alle leefwerelden willen de jongeren “erbij horen” (de pyramide van Maslow). Sociale uitsluiting is zichtbaar in de pijngebieden en voelt dus als fysieke pijn. Het klimmen op de ene ladder betekent dalen op een andere ladder. Dit is een groot dilemma voor jongeren.
In de Transformatieve School staat dit dilemma centraal. Wat blijkt? Docenten die succesvol zijn in om in dit spanningsveld te acteren, bezitten: spelgevoel, zelfvertrouwen, gezag en blijven trouw aan hogere leerdoelen. Een krachtig docententeam is in staat om vanuit bovenstaande individuele persoonskenmerken elkaar te motiveren, elkaar feedback te geven en elkaar morele steun te geven. Een zwak docententeam is gedemotiveerd, geven elkaar sociaal wenselijke feedback (en houden zo de zogenaamde perfectie hoog) en roddelen in de docentenkamer over elkaar. Een schoolleider creëert een cultuur waarin men elkaar motiveert, feedback geeft en steunt. De schoolleider moet hierin een voorbeeld zijn.

Patrick Koning is auteur van: ‘#Mediawijsheid in de klas‘, edublogger op Lerenontrafeld.nl, actief op Twitter (@pjkoning) en werkt als trainer/ontwikkelaar bij de Academie voor Teaching & Learning van het Koning Willem I College in ‘s-Hertogenbosch.

ELO implementeren is een kunst #cvimc

“Niet omdat het moet, maar omdat het kan”. Deze bekende reclameslogan gebruikt ROC Aventus bij de implementatie van hun elektronische leeromgeving).
stand cviBert Hulsbergen van Aventus deelde zijn ervaringen met de implementatie van Onderwijs Online.

De aanleiding voor de switch naar deze digitale leeromgeving had te maken met financiën en beheerslast. Die was hoog. Docenten moesten bijvoorbeeld zelf handmatig groepen samenstellen. Op basis van een plan van eisen kwam men bij Onderwijs Online uit, omdat dit systeem gemakkelijk gekoppeld kan worden aan Trajectplanner (dat men al gebruikte). Voor andere koppelingen was maatwerk nodig.

Een projectgroep werd verantwoordelijk voor de implementatie. Er is een pilotteam gekozen per sector. Daarbij is vooral gekeken naar enthousiastelingen. Die voorlopers hebben koppelingen en functionaliteiten getest. Ook gaven zij feedback op ondersteunende materialen zoals quick referene cards.

 Na vier maanden heeft men binnen Onderwijs Online een online cursus gebouwd die docenten konden volgen. De ervaringen van de pilotteams zijn gebruikt om die cursus te maken. Daarna zijn vijf arrangementen bedacht om de implementatie vorm te geven.

  1. Niet actief werken met een ELO. Alleen oriënteren.
  2. Content maken in de ELO.
  3. Projecten faciliteren met de ELO.
  4. Content en projecten.
  5. Wat kun je meer met de ELO? (peilingen, enquetes, chat)

De implementatie is toen verder gemonitord en de oude leeromgeving is men af gaan bouwen. De bestaande content moest opnieuw worden ingevoerd. Eén sector heeft toen opnieuw gekeken wat men wil met de leeromgeving. Daarbij lag het accent op goede ervaringen delen en inspireren.

Er is ook gekeken naar ervaringen met de implementatie. Van de ondervraagden gebruikte 70% Onderwijs Online niet. Daar moet men wat mee. Zo’n 80% had ook geen trainingen gevolgd. Medewerkers moeten ook keuzes maken in waar ze hun overblijvende tijd aan willen besteden.

De meeste mensen zijn wel enthousiast over het gebruik van ICT, maar zijn nog niet overtuigd van de bijdrage aan de kwaliteit van het onderwijs. Ook ziet men vaak door de bomen het bos niet (nieuwe studentadministratiesysteem, nieuw roosterprogramma, enzovoorts). Op basis van de ervaringen gaat men de implementatiestrategie opnieuw tegen het licht houden.

Ik vraag me af of een duidelijke visie op het gebruik van een digitale leeromgeving voor het eigen onderwijs, en duidelijke sturing op meerdere niveaus, hier niet ontbreken.  Hoe past een digitale leeromgeving binnen ons onderwijsconcept? Leidinggevenden zouden daar op moeten sturen (wat niet hetzelfde is als ‘zeggen hoe het moet’). Zie ook:

Verder is tijdens deze sessie gesproken over de motivatie van lerenden en over de positie die docenten ten opzichte van de digitale leeromgeving. Tenslotte is hier ook gesproken over de vraag of Office365 niet ook een volwaardige leeromgeving kan zijn. Ik heb me maar buiten de discussie gehouden (zie hier en hier).

ICT in het onderwijs: innoveren met 60 teams #cvimc

Krijg je 60 teams aan de slag met ICT, en kun je daarbij zelfs ‘onwilligen’ mee krijgen. Volgens Jorrit Arntzen en Joost Willems van de Friese Poort wel.

Zij begeleiden bij de Friese Poort teams bij de implementatie van ICT in het onderwijs. Zij hebben hiervoor dekking gekregen van het College van Bestuur. Binnen hun initiatief kijken ze daarbij vooral naar verbeteringen op de korte termijn. 
Kun je de Vier in Balans-monitor gebruiken bij teams. Krijg je op die manier innovaties op gang brengen? Op het gebied van ICT in het onderwijs nemen innovators en early adopters vaak het voortouw. Maar zij blijven vaak ook voorop lopen. Hoe krijg je de rest mee, inclusief de ‘laggards’?
Kijk naar waar je overdag tegen aan loopt. Hoe kun je dan als team daar verbetering in brengen? Een team kun je volgen Jorrit en Joost ook vergelijken met een potlood, als het gaat om de invoering van innovaties. Bij de Rogers’ curve wordt vaak gekeken naar innovators en early adopters. Je moet naar het hele potlood kijken. Je moet dus ook naar de ‘laggards’ kijken. Die kunnen ook geholpen worden. Mijn opmerking: pas er voor op om docenten die niet bereid zijn om te innoveren, te bestempelen als ‘laggard’. Kijk naar de redenen waarom zij minder veranderbereid zijn. Er zijn niet veel echter ‘laggards’.
Hoe vliegen zij het aan? Innovaties vinden plaats door:
  • Inspireren (gedurende een sessie; wat gebeurt er binnen Friese Poort?). Daarbinnen wordt de vraag opgehaald, en teams mogen ook ‘nee’ zeggen. Er is nog geen team geweest dat ‘nee’ heeft gezegd.
  • Trainen. Gedurende een dagdeel wordt een team rond één thema, zoals digitaal toetsen, getraind. De training bestaat uit een korte instructie, en daarna veel ontwikkelen.
  • Toepassen. Verdiepen, veranderen, verbreden: een vervolg op de eerste training.
  • Transfer: ondersteunen bij de verandering.
Dit proces duurt drie jaar. Ze hebben hier ook een model van gemaakt (zie foto). Innovaties beginnen klein, en vinden cyclisch plaats. Deze aanpak werkt daarbij ook als een katalysator. Begin daarbij echter niet over het nemen van een ‘digital leap’.
Teams krijgen ook budget dat ze zelf mogen uitgeven, dat zij -mits er een doel onder ligt-  zelf mogen uitgeven. 
]it proces heeft ook gevolgen voor visie, digitaal leermateriaal en de ICT-infrastructuur. Het begint van het ophalen van de vragen van teams. Vervolgens leidt dat vaak tot gesprekken met informatiemanager en hoofd ICT over issues zoals het strijdig zijn van wensen met architectuurprincipes. Meestal kiest men dan voor een kleinschalig experiment. 
Wat zijn valkuilen? Je eigen enthousiasme, maar ook de dagelijkse beslommeringen die zand in de machine strooien. De praktische bezwaren die tussen droom en daad staan. Teams willen soms ook te grote stappen zetten. Verder leidt deze aanpak ook tot wensen, die jijzelf niet waar kunt maken. 

Keynote: ‘Ontketen vernieuwingen’ #cvimc

In het programma van de conferentie van het Consortium voor Innovatie staan een zeer groot aantal interessante bijeenkomsten. Wat kies je? Ik heb er dit jaar voor gekozen om alle keynotes te volgen in het Efteling theater.
De keynote: ‘Ontketen vernieuwing!’ van Arend Ardon gaat over het wegnemen van blokkades en het creëren van beweging in je organisatie.
Arend geeft aan dat veranderkunde zo’n 40 jaar gestoeld is op de volgende keywords: reactief, sense of urgency, feiten en cijfers, problem solving, veranderplan uitrollen en structureren en systemen. Deze aanpak gaat uit van het principe dat de medewerkers zelf nog niet door hebben dat er iets moet veranderen. Je gaat als leider de medewerkers prikkelen om te veranderen door een sense of urgency te creëren, medewerkers te overtuigen met feiten en cijfers, et. cetera.
Arend stelt dat als je (herkenbare) zaken als: een leercultuur met onderlinge feedback, zelforganisatie en zelfredzaamheid, samenwerken, studenten in hun kracht, ondernemerschap en pro-actief gedrag, en innovatikracht en creativiteit, wilt creëren dat de bestaande veranderkunde gestoeld op de genoemde principes niet werkt. Sterker nog, het heeft een averechts effect.
Het nieuwe veranderkunde is gestoeld op kenwords als: proactief, sense of beloning, belief (why), creating, beweging creëren, en gedrag, interacties, patronen en energie. In plaats van brandjes blussen naar vuurtjes aansteken. In plaats van veranderplan uitrollen naar beweging creëren. Et. cetera.
Arend geeft aan dat als je naar organisaties gaat kijken die dit succesvol voor elkaar krijgen er een aantal rode draden te herkennen zijn. Aan de hand van een fragment uit de film: ‘Pay it forward’ bouwt hij zijn betoog op en benoemt het volgende proces dat ontstaan:

Een verandering begint met 1, 2 of 3 personen die ergens in geloven. Ze zetten zelf de eerste stappen. Verspillen hun tijd niet aan het overtuigen van anderen, maar vragen wie zin heeft om mee te doen. Vrij snel ontstaan er succes en dit trekt anderen aan. Zo ontstaat er een beweging …. of niet als de succes uitblijven, maar ook dat is goed, want er is iets geprobeerd.
Hoe kun je dit nu in de praktijk als leider uitnutten?
Neem de volgende stappen:
  1. creëer een vonk in plaats van anderen te overtuigen met argumenten (excel tabellen). Overtuigen werkt amper, omdat 5% tot 10% van ons gedrag rationeel is. Het grootste deel van ons gedrag ontstaat vanuit emotie. De truc is om mensen in hun hart, hun emotie, te raken. Begin je zinnen met: “Ik geloof dat het beter, sneller, mooier kan (of moet). Zou het niet fantastisch zijn als we over drie maanden …”.
  2. verspreid de beweging door het informele netwerk deze in kaart te brengen. Dit netwerk is grotendeels verschillende van de daadwerkelijke organisatie (de blauwdruk versus de rooddruk). We laten ons beïnvloeden door anderen waarmee we ons identificeren. Zorg dat je de beïnvloeders raakt en zo kopieergedrag stimuleert. Je doet dit door een aanstekelijke boodschap te hebben, zorg voor peer-to-peer beïnvloeding door zichtbaar te zijn (niet in een achterkamertje), breng mensen bij elkaar en laat ze verhalen uitwisselen.
  3. houd het vuurtje brandend door successen te vieren, want: “of all the things that can give a boost to positive emotions, creativity and motivation during a working day, making progress in meaningful work its the most powerful source”.
Een boeiend verhaal met een andere kijk op veranderen.

Patrick Koning is auteur van: ‘#Mediawijsheid in de klas‘, edublogger, actief op Twitter (@pjkoning) en werkt als trainer/ontwikkelaar bij de Academie voor Teaching & Learning van het Koning Willem I College in ‘s-Hertogenbosch.

Gelderse samenwerking – A3

In een kleine, sfeervolle setting wordt verhaal gedaan van de samenwerking tussen negen Gelderse ROC’s. In prentenboekvorm wordt een presentatie gegeven. In Gelderland willen de roc’s topleraren hebben, leraren die onder andere heel goed overweg kunnen met ICT. 
In eerste instantie is gekeken hoe deze geweldige leraren gelokt kunnen worden. Er is daarvoor een kennisgroep geformeerd, met mensen uit de HAN (onder andere een lector ICT en leren). 
De Han stelde echter dat je niet moet lokken, maar moet opleiden. De vier magische middelen die de HAN hiervoor voorstelde zijn: de monitor, ict competentieprofiel, designteams en IXperium.

  1. Eerst werd er met instellingen bekeken of ze zich konden vinden in het ICT competentie profiel dat ontwikkeld is. De ROC’s zijn daarmee akkoord gegaan.
  2. Aan alle leraren is daarna het meetinstrument gestuurd. De instellingen gaan op teamniveau hun rapport ontvangen. Op basis daarvan bedenk je hoe je tot topleraren komt.
  3. Designteams bevatten onderzoekers van de HAN, opleiders uit lerarenopleiding van de HAN en leraren uit het ROC. 
  4. IXperium is de plek waar leraren terecht kunnen met vragen over ICT. Er zijn experts en middelen aanwezig.Hoe kan ik…, hoe moet ik…? Just in time bij vragen van leraren.
    Helaas hebben de Gelderse ROC’s nog geen middelen om een IXperium in te richten. 
De Leijgraaf is ook aangesloten vanuit Brabant en heeft gepilot voordat de negen Gelderse ROC’s echt begonnen. De Leijgraaf ging eerst uit van het idee van ‘1000 bloemen bloeien’ maar kwam volgens eigen zeggen niet hoger uit dan een mager zesje. De Leijgraaf stelt dat het nu een 7,5 is geworden. 
De vier magische middelen worden als volgt bij de Leijgraaf ingezet:

  1. Weten waar je staat
    Uit de monitor kwam naar voren dat docenten bovengemiddeld didactisch willen experimenteren, maar ondergemiddeld met ICT. Binnenkort komt er een nieuw instrument van de HAN: XRay – om op persoonlijk niveau de opleidingsbehoefte bepalen.
  2. Plek waar je mensen moet laten spelen en experimenteren.  
    Hier vind je materialen en technieken om nieuwe werkvormen toe te passen, Uit alle sectoren zijn er voorbeelden van nieuwe ontwikkelingen. Ook zijn er experts die weten hoe je dit allemaal kunt gebruiken. Samen met de HAN is er een IXperium in Oss gemaakt, deze kan ook gebruikt worden als experimenteerruimte met groepen. 
  3. Je moet designteams hebben die nieuw onderwijs ontwerpen en maken.
    Een Designteam is een cocktail van docenten Leijgraaf, onderzoekers en lerarenopleiders van de HAN. Zij pakken de vraag op en maken er een onderzoeksvraag van. Docenten pitchen het plan en krijgen, indien gegund, 0,2 fte pp om aan het werk te gaan. Ze krijgen ook een onderzoeker van de HAN en een opleider van de lerarenopleiding van de HAN toegewezen. Al lopende het traject (nu derde jaar) zijn er ook steeds vaker studenten ingeschakeld om mee te werken of om mee te sparren. Uiteraard wordt er steeds teruggekoppeld met de vraagstellers. Binnen de designteams leren leraren leren onderzoekend te ontwerpen. Dit is een enorm pluspunt.
Meer informatie:

www.ixperium.nl
Presentatie topteacher: Klik hier

Opening Managementconferentie CvI Wouter Hart over Verdraaide Organisaties #cvimc

Hoe kun je als organisatie je bedoeling weer terug vinden? Asterix en Obelix kunnen daarbij helpen.

Het Consortium voor Innovatie bestaat 25 jaar. Eén keer in de twee jaar organiseert men samen met een gastcollege dé conferentie over ICT in het onderwijs, en één keer in de twee jaar een managementconferentie waar bredere thema’s aan bod komen (dus bijvoorbeeld ook onderwijsinnovatie in het algemeen, kwaliteitszorg, bedrijfsvoering of HRM).

Ik probeer hier elk jaar naar toe te gaan. Voor de inhoud, de vele gesprekkken en de sfeer. Het mooie is ook de inbreng van studenten. Volgens de voorzitter van ROC Tilburg , Fred van der Westerlaken, zijn dit jaar 140 studenten van dit ROC deze dagen hier in de weer.

Ter gelegenheid van dit jubileum heeft men dit jaar voor de managementconferentie een bijzondere locatie gekozen: De Efteling. Het motto was ‘Droom en daad verbinden’. Op de sterfdag van Marten Luther King werden we vandaag verwelkomd met zijn ‘I have a Dream’-speech.

Wouter Hart mocht de officiële openingskeynote verrichten. Hart is auteur van en spreker over de bestseller Verdraaide organisaties.  Mede aan de hand van praktijkvoorbeelden en denkmodellen nodigde hij ons uit beter te kijken naar hoe mensen en systemen zich tot elkaar verhouden en wat dat betekent voor het slim benutten van de waarde van allebei.

Veel organisaties zijn namelijk hun bedoeling kwijtgeraakt. Er ontstaan nieuwe praktijken, maar zijn die nog wel in lijn met de bedoeling van het onderwijs? Onze leerlingen zijn immers vaak ongemotiveerd om te leren, laat OESO-onderzoek zijn. Wouter haalde o.a. Sjef Drummen en Ken Robinson aan die stellen dat het onderwijs is afgedreven van de oorspronkelijke bedoeling. De verbinding tussen droom en daad ontstaat dan ook in nieuwe praktijken. Bijvoorbeeld Agora.

Persoonlijke, ingrijpende, ervaringen die maken dat je je heel sterk kunt inleven in je doelgroep.

Wat is nodig om die nieuwe praktijken te realiseren? Wouter illustreerde dat aan de hand van Asterix en Obelix. Droom en daad worden dan verbonden door:

  • Abraracourcix. Leiderschap dat wankelt. Centrale oplossingen en normen werken vaak niet. Verander daarom van perspectief. Wat heb jij de praktijk nodig om je verantwoordelijkheden te kunnen dragen. Mensen moeten verantwoordelijkheid nemen voor de ‘geest’ en niet naar de ‘letter’. Ga van ‘oplossing’ naar het vergroten van het oplossend vermogen.
  • Panoramix. Blijf beschouwen, naar het groter geheel kijken.
  • Asterix. Zorg voor het duiden van sleutelprincipes en slimme constructen.
  • Obelix. Dat betekent versteende zonnestraal. Wat was nog eens de bedoeling?
  • Idefix: wees volhardend (idefix: vastgezet idee).
  • Assurancetourix: Hij krijgt overal de schuld van. Houd je echter bij je eigen invloed, houd het verhaal zuiver.

Opening van de conferentie: ‘Droom en Daad verbinden’ van het Consortium voor Innovatie #cvimc

Het evenement van het MBO is gestart: de conferentie van het Consortium voor Innovatie. Dit jaar de management-editie. Een 2-jaarlijkse happening waarin het motto: “voor en door het MBO” centraal staat. De oneven jaren de management-editie. De even jaren de “docenten-editie”. Als vriend van het Consortium voor Innovatie en blogger mag ik ook dit jaar weer verslag doen van de conferentie.
Frans van der Westerlaken, voorzitter College van Bestuur van ROC Tilburg, opent de conferentie als gastcollege van deze editie.
De keynote wordt verzorgd door Wouter Hart, schrijver van het boek: ‘Verdraaide Organisaties – terug naar de bedoeling’. Wouter betoogt dat organisatie hun doel uit het vizier zijn verloren: de droom. Organisaties zijn vastgelopen in routinewerkzaamheden: de daad. Droom en daad zijn niet meer verbonden.
Een onderwijsvoorbeeld betreft passend onderwijs. Een droom die past bij de opgave van het onderwijs, echter in de daad wringt in het huidige systeem.
In zijn betoog neemt Wouter de stripverhalen van Astrid & Obelix als metafoor en laat zien welke ankers de leider van de organisatie kan helpen om droom en daad weer te verbinden:
  1. Droom – de leider moet sturen op de droom (de waarde) en niet de daad (de letter), zodat de focus verlegd wordt van de oplossing naar het oplossingsvermogen.
  2. Zoom uit – de leider moet uitzoomen en overzicht houden om zo steeds de link naar de droom te kunnen checken.
  3. Vertaal – vertaal de droom naar sleutelprincipes die de droom kunnen waarmaken, b.v. we doen niets dat het leren van onze studenten in de weg staan.
  4. Vraag – stel vragen die anderen helpen om de focus op de droom vast te blijven houden en met de sleutelprincipes aan de slag te gaan.
  5. Volhard – houd vast een de droom.
  6. Bewaak – bewaak de sleutelprincipes.
  7. Richt – richt je op de cirkel van invloed en houdt het verhaal zuiver.
  8. Vier – vier met elkaar de successen.
Een achttal mooie ankers om mee te nemen tijdens de conferentie. De kop is er af 😉

Patrick Koning is auteur van: ‘#Mediawijsheid in de klas‘, edublogger, actief op Twitter (@pjkoning) en werkt als trainer/ontwikkelaar bij de Academie voor Teaching & Learning van het Koning Willem I College in ‘s-Hertogenbosch.