Waarom directe instructie geen eenrichtings lesgeven is #cviov

Twee dagen geleden pleitte hoogleraar Filip Dochy tijdens het CvI-congres ervoor om te stoppen met “eenrichtings lesgeven”. In deze blogpost wil ik duidelijk maken dat dit niet betekent dat je moet stoppen met “directe instructie”.

Dochy pleitte er onder meer voor dat “eenrichtings lesgeven” alleen werkt als we iets willen inleiden, toelichten of als lerenden om uitleg vragen. Onderwijs zou moeten bestaan uit 70% interactie en teamwerk, 20% zelfstudie en 10% formeel instructie. Hij maakte overigens niet expliciet wat “eenrichtings lesgeven” precies is. In onderstaande video maakt hij wel duidelijk hoe ‘actie en delen’ vorm kunnen krijgen:

Tijdens de workshop die Gilde Opleidingen over High Impact Learning verzorgde, werd wel de vergelijking getrokken met ‘direct instruction’ (directe instructie). Volgens Dochy heeft directe instructie alleen op korte termijn effect en staat deze aanpak ook niet hoog in Hattie’s ranking (nummer 29 met een effectgrootte van 0,60).

Bij Hattie moet je vooral ook naar de toelichting kijken, niet alleen naar de effectgrootte. Een effectgrootte van 0,60 is overigens behoorlijk goed. Dochy heeft een punt dat bij effectiviteitsonderzoek vaak naar de korte termijn wordt gekeken.

We weten echter ook wat we moeten doen om ervoor te zorgen dat leren op lange termijn beklijft (zoals het spreiden van leermomenten in de tijd en het actief ophalen van kennis door veel te oefenen).

Ik heb al in mijn verslag van Dochy’s inleiding aangegeven dat hij wat mij betreft kort door de bocht gaat. Ik heb me al vaker verzet tegen dogmatische percentages. Mensen als Charles Jennings, die een ander 70:20:10-model heeft geïntroduceerd, zijn al enkele jaren geleden afgestapt van de harde percentages. Jennisng spreekt nu van een referentiemodel waarbij we de percentages niet al te letterlijk moeten nemen. Dat gaat Dochy wellicht ook ooit doen. Maar dan is het kwaad al geschied. Ik hoorde gisteren tijdens het CvI-congres al mensen aangeven dat we maar nog maar 10% van de onderwijs les mogen geven.

Daar komt bij dat Dochy m.i. een heel eenzijdig en karikaturaal beeld schetst van “directe instructie” (“wenn alles schläft und einder spricht, den Zustand nennt man Unterricht”).

Tim Surma maakt dit duidelijk in De toren van Babel der Directe Instructie. Surma haalt Barak Rosenshine aan die vijf betekenissen van “directe instructie” onderscheidt. Eén van die betekenissen is de negatieve perceptie die ook Dochy er aan lijkt te geven (de lerende als passieve consument die luistert naar een vertoog van de docent).

Volgens Surma is de eerste betekenis directe instructie als verzamelnaam voor alle vormen van onderwijs waarbij de docent instructie geeft, en dus het lesverloop bepaalt. Drie andere betekenissen schetsen een veel diverser beeld:

  • Directe instructie als een set van instructiestrategieën waarvan onderzoek laat zien dat ze leiden tot goede leerresultaten. Daar horen het opfrissen van essentiële voorkennis bij, het aangeven van duidelijke doelen bij de start van de les, het geven van duidelijke instructies en het geven van systematische terugkoppeling.
  • Directe instructie als paraplubegrip voor de instructie die leraren gebruiken om cognitieve strategieën aan te leren. Het geleidelijk afbouwen van ondersteuning aan lerenden valt hier onder.
  • Directe instructie als centraal element uit het zogenaamde DISTAR-programma. De instructiestrategieën hebben dan zes kenmerken (zoals een expliciet stap-voor-stap uitgewerkte lesvoorbereiding, beheersing van elke tussentijdse stap (‘mastery’) en systematische oefening.

Tim Surma pleit voor een gezamenlijk definitie, en kiest daarbij voor directe instructie als een set van instructiestrategieën waarvan onderzoek laat zien dat ze leiden tot goede leerresultaten. Daaruit blijkt dat ‘directe instructie’ juist het belang van actief leren door lerenden benadrukt.

Ik kan me hier prima in vinden. Daarmee komt directe instructie ook in de buurt van de principes van High Impact Learning. Het lijkt me belangrijk dit te erkennen.

Jeuk!

 

Illustratie: Tomas Schats

Vijf minuten binnen en meteen al jeuk. Dat komt niet door de deelnemers hoor, want ik ken weinig mensen op de CVOI. Nee, het moet te maken hebben met mijn al dan niet tijdelijke fixatie op jeuktermen in het onderwijs. Deze woensdag staat deel 2 van mijn interview met Japke-D. Bouma in NRC en wij hebben samen nogal gegniffeld om veel modieuze termen die je in het onderwijs tegenkomt. En laat nou net déze conferentie vergeven zijn van die termen.

Net deze ochtend heb ik tijdens mijn lessen nog uitgelegd aan mijn studenten wat signaalwoorden zijn, hoe je hoofdgedachte en onderwerp van een tekst uit elkaar kunt houden en hoe je je kortom, goed kunt voorbereiden op een examen Lezen en Luisteren. En als ik op deze conferentie lees en luister, raak ik zelf het spoor bijster.

Het begint al met de keynote speech. Ik vind ‘thematoespraak’ een mooie alliteratie, net zoals ik ‘themaspreker’ een goed woord vind. Dat zal wel hopeloos ouderwets zijn,  maar van keynote spreker Filip Dochy leer ik in twintig minuten dat ik inderdaad hopeloos ouderwets ben. Zijn oproep ‘stop met lesgeven!’ vind ik overigens best verfrissend –stenen zijn er om in de vijver gegooid te worden- maar hij raakt me vervolgens kwijt. Dat zal komen doordat hij op unilaterale wijze vertelt dat wij niet meer op unilaterale wijze dingen moeten duidelijk maken, maar hij heeft ook nogal last van haast. Hij wil ons namelijk vertellen dat we High Impact Learning bij onze studenten bereiken door de bouwstenen Urgency, Learner Agency, Action&Sharing, Collaboration&Coaching, Hybrid Learning, Flexibility en Assesment as learning. Dat ging voor sommige mensen een beetje te snel denk ik,  dus nog even voor de mensen achterin: High Impact Learning bij onze studenten door de bouwstenen Urgency, Learner Agency, Action&Sharing… ach laat ook maar. Dochy is trouwens eerlijk genoeg om toe te geven dat zijn verhaal bij ons waarschijnlijk niet beklijft, gelukkig heeft hij een youtubekanaal en een aantal boeken.

Na een geweldige muzikale, interactieve act van de Tin Men –die samen met het publiek een compositie maken, ja, dat kan!- is er een mer à boire aan workshops, talks en lezingen. Ik zie veel ‘innoveren’ voorbijkomen, excellentie, ambitie, ‘learning’ (dat is toch gewoon leren? Of kent het Engels meer nuance?), activerende werkvormen, vakmanschap…. Het overvalt me ineens. Wat doe ik hier? Ja, zelf een talk houden van 12 minuten (is écht een goede werkvorm!) over hoe ik samen wil leren met mijn studenten. En toegegeven, ik heb er zélf ook een hip etiket op geplakt: ‘community learning’. Jeukterm, volgens sommigen. Zo sta je in het NRC te vertellen dat we daarmee moeten stoppen, zo gebruik je er zelf eentje.

Aan het eind van de middag loop ik rond op de conferentie en vraag me af wat een buitenstaander zou denken als hij nietsvermoedend nu de Harmonie binnenloopt. Hij zou kunnen gaan naar een workshop waar duidelijk wordt gemaakt dat ‘creativity belangrijk is om (out-of-the-box) oplossingen te vinden voor problemen waarvan we nu het bestaan nog niet kennen’. Toegegeven, ik ben niet naar die workshop geweest. Het lijkt me namelijk niet zo zinvol om problemen te gaan oplossen die ik niet ken. En waar ik creativity out of the box vandaan haal (Naschrift: de bezoeker kon er niet naar toe. Wegens ziekte was de workshop vervallen).

Swanhilde Kieft bij haar workshop ‘Green School

Maar er is hoop. Ik loop in een grand cafeetje een workshop binnen. Er staat een jonge docente van Nordwin uit te leggen hoe zij in een digitale omgeving haar studenten uitdaagt om Engels te leren. Het heet Green School. Engels, ja, maar dat mag: dat is haar vak. Swanhilde Kieft staat met zoveel liefde, enthousiasme,  en vooruit, passie, te vertellen over haar lessen dat ik er zelf enthousiast van word. Ze komt koud van de lerarenopleiding en ze weet nu al hoe ze haar studenten moet stimuleren. Luisterend naar haar denk ik: we moeten nooit, maar dan ook nooit stoppen met lesgeven!

Het leren faciliteren met een klasnotitieblok

In ronde 5 gaf ik vandaag mijn presentatie over het inzetten van OneNote en een klasnotitieblok, samen met mijn collega Bernadet Sprenkeling. We hadden een volle (dans)zaal en onder onze toehoorders bleken al veel gebruikers van OneNote te zitten, wat mij deugd doet, want ik ben al jaren groot OneNote fan. Het klasnotitieblok was nog veel minder in gebruik, dus ik had genoeg om uit te leggen.

Een klasnotitieblok, aan te maken via de Class Notebook tegel in Office 365, is een soort OneNote bestand waarin je een aantal standaard onderdelen hebt, zoals een inhoudsbibliotheek voor je lesstof waarin alle studenten kunnen kijken, een samenwerkingsruimte voor groepsopdrachten waarin iedereen kan schrijven en een persoonlijk notitieblok voor iedere student, waarin de docent kan meekijken en gemaakt werk kan beoordelen of van feedback kan voorzien. Dit persoonlijke notitieblok is alleen van de student en hij/zij kan ook niet bij anderen kijken.

In mijn (Sway) presentatie heb ik dit allemaal toegelicht en laten zien en heb ik wat voorbeelden gedeeld van het gebruik van OneNote bij ons op het Nova College. Zo gebruiken we een klasnotitieblok als pilot voor de BPV-begeleiding bij Entree, hebben we diverse soorten informatie in een OneNote notitieblok gedeeld op onze SharePoint portal en gebruiken we voor onze leergang “Iedere docent ICT-competent” ook een klasnotitieblok om onze collega docenten in te begeleiden. Zo maken zij daarin bijvoorbeeld als eindopdracht een reflectieverslag met behulp van de video-opname functie die standaard in OneNote zit. Helaas zijn er veel meer voorbeelden dan ik kon laten zien, maar ik heb ze allemaal gebundeld in een openbaar notitieblok, waarvoor je de link in de presentatie terug kunt vinden.

De vragen die uit de zaal kwamen gingen over praktische zaken zoals hoe richt je nou iets in en hoe deel je iets. Bij dat laatste kwam dan ook nog de AVG om de hoek kijken. Zo is het bij een klasnotitieblok mogelijk om externen (bijvoorbeeld ouders of praktijkbegeleiders uit de BPV) via een link mee te laten kijken in de opgegeven stof (de inhoudsbibliotheek van een klasnotitieblok) of zelfs in het gedeelte waar de student de stof/opdrachten verwerkt. De vraag is of dit zomaar mag, dus daar moet je als docent heel bewust mee omgaan en erop letten dat je geen privacy gevoelige informatie deelt.

In de presentatie staan verder nog wat handige links naar trainingsmateriaal over OneNote en ook enkele filmpjes waarin ik laat zien hoe het precies werkt. Mocht iemand meer willen weten, onze contactgegevens staan in het gedeelde notitieblok. Ik wil via deze weg alle deelnemers aan de presentatie hartelijk bedanken voor hun input en belangstelling!

Wat is mij vandaag het meeste bij gebleven van de workshops tijdens het CvI-congres #cviov

Vandaag heb ik deelgenomen aan drie sessierondes tijdens het CvI-congres over onderwijsvernieuwing en ICT. De onderwerpen waren: differentiëren door middel van blended learning, Digitale didactiek: No thanks, too busy! en Bruggen bouwen tussen onderwijs en ICT.

“Wat is mij vandaag het meeste bij gebleven van de workshops tijdens het CvI-congres #cviov” verder lezen

Wat het onderwijs kan leren van de voetballerij? #cviov

Foppe de Haan behoeft natuurlijk geen introductie. Hij mocht het CvI-congres afsluiten.

Hij noemde zichzelf een veredelde onderrwijzer. Hij probeert voetballers beter te laten worden. Als jonge trainer was hij zeer fanatiek en meer vermoeid dan de spelers. Je moet echter meer naar de natuur kijken. Als het in mei regent, regent het zachter en gaan de bloemen open. Bij onderwijs werkt dat net zo. Overvoer jongeren niet, dan overlaad je hen.

Aan de hand van interviews met voetballers en anekdotes illustreerde hij het belang van

  • Zelfregulatie (veel vragen stellen, eigen doelen stellen op korte en lange termijn, ontwikkeling in eigen hand nemen)
  • Bij talentontwiikkeling gaat het ook om het herkennen van talenten. En daar op inspelen.
  • De lerende moet zelf om hulp vragen.
  • Goed observeren naar experts.
  • Geef elke lerende aandacht. Elk kind is er een.
  • Maak elke bijeenkomst het doel duidelijk, bespreek wat je verwacht en blijk terug op het proces.
  • Prestatie is relatie. Je moet als docent een goede relatie hebben met je lerenden. Dat is voorwaarde voor leren.
  • Je drive moet zijn lerenden beter te laten worden.
  • De voetballerij is veel te gesloten geweest. Voetballers die trainer worden. Ze houden op met met leren als ze diploma Betaald Voetbal hebben. Je moet echter een leven lang leren.
  • Je moet met elkaar juichen, maar veel voetballers juichen voor zichzelf. Plezier is heel belangrijk.

Het mooie was dat veel van die anekdotes hem zichtbaar ontroerden.

Succesvol implementeren: Agile, Lean en Participatief

Emile ter Horst van ROC Rivor geeft aan dat veel implementaties van pakketsoftware mislukken doordat deze uiteindelijk niet aansluiten bij het onderwijs, geen draagvlak krijgen bij de gebruikers en een erg technische focus hebben. Hij deelt met ons de projectaanpak die antwoord poogt te geven aan deze uitdagingen.

Alle dingen die kunnen mislukken groepeert hij in 3 soorten, met elk een specifieke stijl om ze te lijf te gaan.

  • Lean: Verwachtingen en realistische resultaten.
  • Agility: Sturing en beheersing.
  • Participatie: Commitment en draagvlak.

Als eerste hebben ze projecten gedaan voor processen die administratief van aard zijn en veel kleine herhalende, handmatige acties bevatten. Met als uitgangspunt:

  • Waarde toevoegen: alleen handelingen doen die echt nodig zijn.
  • Richt je op het eindresultaat.
  • Betrek de klant en gebruiker erbij.
  • Vermijdt complexiteit.
  • Minimaliseer het aantal actoren in een proces.
  • Minimaliseer het aantal afdelingen
  • Vermijd het gebruik van ‘Office’ producten voor het vastleggen van informatie die eigenlijk in een kernsysteem moeten.

Onderdeel van de aanpak was ‘time-boxing’, geen vast functioneel ontwerp, geen vaste eisen-set en de deelname van gebruikers aan het projectteam. Praktisch gaven ze dit vorm met Facilitated Workshops. Daarin werden eisen en wensen verkend en incrementeel aangescherpt. Wat me opviel is dat ze per 6 weken iets opleveren, dat een paar keer herhalen en erna voor een deel van de medewerkers ‘live’ gaan.

Ik kende de 4 Agile waarden nog niet maar vind ze wel aantrekkelijk: mensen en interactie boven processen en tools, werkende software boven documentatie, samenwerking met klant boven contract onderhandelingen, inspelen op verandering boven volgen van het plan.

 

Over projecten (lean, agile) Emile ter Horst – ROC Rivor

(collega-blogger Joël schrijft ook een stukje over dit verhaal, benieuwd of we elkaar een beetje aanvullen!)

Waarom mislukken (IT) projecten eigenlijk?

  • Geen realistische verwachtingen
  • waterval-aanpak
  • geen draagvlak of commitment

LEAN en Agile moeten hier iets in veranderen:

LEAN gaat over realistische verwachtingen, keep it smart and simple. Deze principes heeft men over bepaalde processen gelegd. Om de processen zo te ontwerpen dat ze eenvoudiger worden. Minder stappen, minder actoren, minder betrokken afdelingen, minder handmatige acties, minder complexe handelingen/formulieren. Ook is gekozen voor het uitbannen van office producten. Excel is geen database, gegevens moeten in de ‘echte’ systemen.

Agile betreft een aanpak (iteratief). Je stuurt op tijd, geld en kwaliteit. Hoeveel je binnen die randvoorwaarden realiseert, weet je niet. Je weet wel, dat wat je realiseert goed is. En op tijd. En binnen budget. Je speelt in op verandering, boven het volgen van de plan. Ook docenten participeerden niet alleen bij aanvang maar ook op wekelijkse basis in de projecten, zo kun je snel toetsen en bijsturen. Rivor heeft er voor gekozen om niet met het hele ROC tegelijk live te gaan met nieuwe functionaliteit, maar te kiezen voor pilots met die teams die erg graag wilden.

Rivor heeft op deze manier succesvol projecten mbt procesverbeteringen kunnen doen. Randvoorwaarde is wel, dat je het begeleidt/uitvoert met mensen ‘die dit kunnen’.

Joël de Bruijn – #Blockchain

Joël heeft gisteren zijn #blockchain-verhaal al aan een hele volle zaal verteld. Vandaag dus nog een keer in de herhaling. Alweer een meer dan volle bak! Ger Roelen vertelde gisteren al enthousiast over deze presentatie. Hoog tijd om erheen te gaan!

Joël is informatiemanager bij ROC Tilburg. Vanuit zijn functie heeft hij ook het fenomeen #blockchain onderzocht.

Hij hangt de presentatie op aan een aantal vragen:

1. Wat is waarde in onderwijs?

Waarde heeft te maken met onze doelen (missie/visie). Je legt hier zaken over vast: cijfers, leerprestaties, examens. Hoe waardevoller hoe formeler. (vastleggen) Hoe waardevoller, hoe hoger de reputatie. Plus uiterlijk vertoon: diploma’s worden op speciaal papier gedrukt, handtekeningen, stempels, waarmerk, huisstijl. Op het moment dat je een diploma digitaliseert, kun je die waarde niet zomaar meenemen.

2. Digitaliseren van Waarde

Als je waarde wilt digitaliseren, moeten er digitale waarmerken bij. Hiervoor wordt blockchain ingezet.

3. Waarom praat iedereen erover?

Het is een jonge technologie, het is een nieuwe oplossing, op zoek naar een probleem. Men verwacht dat het de oplossing voor alles is. Mensen houden ook van iets nieuws wat je wilt begrijpen, een HYPE. Gartner  plot Blockchain is net voorbij de grote belofte-hobbel. Er zijn al mensen die teleurgesteld zijn over wat het kan.

4. Wat is het nu?

Joël legt het uit met behulp van Annie M.G. Schmidt. Jip en Janneke taal…

We doen of :

  • Jip wil geld sturen aan Janneke, per post. Ze leven 1000 km uit elkaar.
  • Er zijn geen banken, wel postkantoren
  • Iedereen heeft een eigen postbus voor versturen en ontvangen
  • In een envelop doet Jip geld en een briefje
  • op de brief doet hij een stempel een een handtekening
  • Hij plakt er een postzegel op en het adres van Janneke
  • Je stopt de envelop in je eigen brievenbus
  • de postbode komt de envelop halen, en schrijft in een schriftje op welke datum hoeveel geld jip aan janneke heeft gegeven.
  • de postbode brengt het naar een postkantoor
  • alle andere postbodes moeten hetzelfde in hun schriftje schrijven

Bij de vertaling van dit voorbeeld duikt Joël in de wereld van encryptie, versleutelen en waarmerken van gegevens. In het onderwijs kunnen we de technologie bijvoorbeeld gebruiken voor digitaal gewaarmerkte diploma’s.

Joël schetst vervolgens zowel kansen als bedreigingen voor deze nieuwe technologie. Wat mij betreft zijn er drie bedreigingen belangrijk: het feit dat het berekenen van de waarmerken enorm veel energie kost. Daarnaast is het feit dat het transacties registreert (bijvoorbeeld je hebt je rijbewijs gehaald) maar deze transactie kan niet worden ingetrokken. Het intrekken van je rijbewijs zou een nieuwe transactie zijn. De eerste transactie blijft echter altijd bestaan; je hebt een rijbewijs gekregen. Je kunt dus bewijzen dat je je rijbewijs hebt gekregen. Je bewijst daarmee alleen niet, dat je het nog hebt! Als laatste gaat het over de privacy. Alles is openbaar, dat past niet altijd in de privacy wetgeving.

Interessant Joël!! Superbedankt voor deze heldere toelichting!

Keynote ECBO: Rob Martens – Spel en Leren

Rob Martens van het ECBO praat ons bij over de relatie tussen spel en leren. Nadenken over “Spel” is een draadje waar als je aan trekt je steeds meer tegenkomt, volgens hem. In mijn eigen bubbel hoor ik steeds ‘gamification’, dus ben benieuwd hoe hij het zonder jeukwoorden gaat vertellen.

Dat ‘spel-draadje’ leidt al snel tot motivatie, passie, engagement en bevlogenheid. Het kan ook fout gaan en hij illustreert dat met de vraag: “Wie heeft er op de basisschool blokfluitles gehad en erna besloten nooit meer iets met muziek te doen?”. Als positief voorbeeld noemt hij de interactieve voorstelling van Tinmendo van gisteren. Spelend muziek leren zet mensen gelijk in actieve stand op deze manier.

Hij vervolgt met de term “School” en plaatst deze tegenover “Scola”, waar het woord school vandaan komt.

  • Streng <> Speels
  • High stakes testing  <> Niet afrekenen
  • Selecterend <> Niet van bovenaf selecterend
  • Verplicht <> Vrijwillig
  • Er in stoppen <> Aanbieden
  • Gepland <> Spontaan
  • Begrensd <> Onbegrensd

Nu is de daadwerkelijke context van een school nooit 100% links of rechts in dit bovenste rijtje, maar hij wil wel aan het denken zetten met deze gechargeerde tegenstellingen. Zijn zorg is dat voor sommige leerlingen het spelelement helemaal wordt platgeslagen en dat dat hun leerproces belemmert (eigen woorden). Meer denkvoedsel vinden we terug in de Zelfdeterminatietheorie.

“Wat gaan kinderen doen als je niet vertelt, wat ze moeten doen? … spelen!” Dat geldt eigenlijk voor volwassenen vaak ook nog … Ook andere diersoorten spelen en dan zie je vaak het patroon: toon je vriendelijke bedoeling, geef aan dat het niet echt is, maar spel of experiment en nodig uit. Spel, ook voor volwassenen, mag er een beetje ‘onnozel’ uitzien, aangezien het niet echt is, maar wel voorbereid op het echte leven. Hij formuleert daarom de volgende kenmerken van goed spelen:

  • Vrijwillige basis en onderhandeling
  • Moet onnozel lijken
  • Lachen MOET
  • Spannend en grensverleggend
  • Imaginatief / rollen

Overigens als een kind of puber zich terugtrekt achter z’n scherm, zit hij dan eigenlijk te spelen omdat op andere manieren dat niet meer kan? Kinderen die weinig hebben kunnen spelen in hun jeugd, lopen als volwassenen een groter risico op o.a. depressie en beschikken over minder sociale vaardigheden. Meer onderzoek hierover is hier te vinden.

Rob zijn pleidooi is logischerwijs om spelige werkvormen in het onderwijs te gebruiken. Al is het maar om in beroepsopleidingen met simulatie en rollenspel studenten te laten leren over reële problemen van deze wereld. Oh en spel is niet alleen voor kleine kinderen …

Slotzin: “Vertrouw op wat jongeren van nature doen!”

Inzicht in ambitie voor flexibiliseren met de FlexScan

Presentatoren: Sanne Benit en Levien Rademaker (Deltion College), Geerjanne den Hartog (Cinop)

Net als vele andere MBO opleidingen wil Deltion ook flexibel onderwijs. Omdat zij tegen de vraag aanliepen wat flexibel onderwijs nu precies inhoudt en voor iedere betrokkene een eenduidig beeld te creëren in de gesprekken, is Cinop gevraagd om hen hierin te begeleiden. Cinop heeft de FlexScan, die reeds beschikbaar was voor het HBO, aangepast voor het MBO.

De FlexScan brengt in kaart hoe flexibiliteit momenteel wordt ervaren en welke mate gewenst is voor de toekomst. De scan is inzetbaar voor kleine teams, maar kan ook de hele organisatie in kaart brengen. De scan is bedoeld voor docenten, studenten en management. Ook komt er een versie beschikbaar voor externe partners uit het werkveld.

De scan brengt de volgende 7 onderdelen in kaart:

  1. Informatievoorziening en voorlichting;
  2. Intake;
  3. Onderwijsprogramma;
  4. Rol van de docent
  5. Toetsen en examineren;
  6. Certificaten en diploma;
  7. Bedrijfsvoering.

Met behulp van de scan wordt per onderdeel een indeling gemaakt op basis van een viertal scenario’s:

  • Standaard (traditioneel, lineair onderwijsprogramma)
  • Standaard met enige flexibiliteit (grotendeels standaard, met enige mogelijkheden tot personaliseren)
  • Leerarrangement (kant-en-klaar set van verschillende leeractiviteiten waaruit de student kan kiezen)
  • Gepersonaliseerde leerroute (open leertraject)
Noot: de hierboven beschreven indeling is voor de leesbaarheid van het artikel erg gesimplificeerd.

De uitkomsten van de scan bieden hierdoor volop aanleiding om het gesprek met elkaar aan te gaan. Het ordent informatie die vanuit een persoonlijke perceptie is ingevuld. Het helpt om het gesprek aan te gaan om een visie te vormen, om concrete invulling met elkaar te bedenken  over onderwijsontwikkelingen en om prioriteiten te stellen. Tijdens de workshop werd een analyse van een docententeam en de analyse van de studenten getoond. Opmerkelijk was dat de studenten verdere flexibilisering wilden op gebied van onderwijs, terwijl de focus bij de docenten op het gebied van de randvoorwaarden lag.

Na de inleiding zijn we op basis van de vier scenario’s met elkaar in gesprek gegaan over de situatie op de eigen scholen. Iedereen moest op een grote flap met stickers aangeven waar de school zich momenteel bevond en waar de ambities lagen. Hierna ontstond een zeer boeiend gesprek.