Keynote: ‘Masterclass branding: waarom branding in het onderwijs ook goed is voor studenten’ #cvimc

De laatste keynote van vandaag wordt gegeven door Claire de Nerée tot Babberich van Branddoctors.
Claire start haar keynote met uit te leggen waar het woord: ‘Branding’ vandaan komt. Branding stamt uit de tijd van de cowboys die hun vee brandmerkten. Langzamerhand werden de brandmerken steeds professioneler. Vervolgens gaat Claire met de zaal in gesprek over twee sterke merken: de Efteling en Disneyland. Ze stelt de vraag welke associaties we hebben met beide merken? Beide merken hebben andere associaties terwijl ze sterk op elkaar lijken: pretparken.
De vraag is hoe je een sterk merk opbouwt?
Een sterk merk moet relevant, onderscheidend (bijvoorbeeld Dove), geloofwaardig (dieselgate van Volkswagen) en consistent (de Big Mac index van landen) zijn. De associaties die je bewust probeert op te bouwen als organisatie moeten op bovenstaande vier principes gebaseerd zijn. Je bouwt een sterk merk door ‘van binnen naar buiten’ en ‘van buiten naar binnen’ te combineren. De Brand Cube wordt getoond als instrument waarin de vier genoemde elementen van een sterk merk en ‘van binnen naar buiten’ en ‘van buiten naar binnen’ samenkomen. Een praktisch instrument om een sterk merk mee te bouwen. Om het betoog kracht bij te zetten komen tijdens de keynote een aantal voorbeelden langs: ROC Midden Nederland en Da Vinci College.

Patrick Koning is auteur van: ‘#Mediawijsheid in de klas‘, edublogger op Lerenontrafeld.nl, actief op Twitter (@pjkoning) en werkt als trainer/ontwikkelaar bij de Academie voor Teaching & Learning van het Koning Willem I College in ‘s-Hertogenbosch.

Keynote van @AndrTimm: ‘Kan de nieuwe arbeidsmarkt zonder MBO?’ #cvimc

De keynote van André Timmermans, algemeen directeur SBB, draagt de ondertitel: ‘De toekomst begint nu!’. In de aankondiging geeft André aan dat hij zijn keynote zal opbouwen aan de hand van drie thema’s. Voordat André de thema’s gaat uitdiepen toont hij een nieuwe video van het SBB waarin het MBO en de bedrijven die stages aanbieden mooi in beeld komen.

SBB heeft als doelstelling:
  1. studenten krijgen de beste praktijkopleiding met uitzicht op een baan.
  2. bedrijven beschikken nu en in de toekomst over de vakmensen die ze nodig hebben.
Vanuit dit kader doet het SSB zijn werk en worden onderstaande thema’s ingevuld.
Thema 1: wat is de invloed van de aantrekkende arbeidsmarkt op het MBO?
In 2017 stijgt het aantal vacatures naar 1 miljoen. Zo’n 400.000 zijn MBO-vacatures. Waarvan 200.000 voor ervaren medewerkers met een MBO-diploma en 200.000 voor startende medewerkers met een MBO-achtergrond. De vacatures ontstaan met name in de techniek sector. Kortom, veel vacatures voor MB)-ers. Deze vacatures zullen voor het overgrote deel flexibel werk (uitzendkracht, oproepkracht of een aanstelling in tijdelijke dienst) betreffen. In sectoren waar de nood het hoogst is zal de MBO-er sneller een vast contract kunnen afdwingen dan in de sectoren waar de nood lager is. Dit vraagt van de MBO-ers om flexibel te zijn. Ze zullen vaker overstappen in het werkzame leven.
Thema 2: wat is de invloed van de overheid op de aantrekkende arbeidsmarkt?
Een aantal sectoren, zoals de bouwsector, zijn sterk conjunctuurgevoelig. De invloed van de overheid hierop is minimaal.
Bij een sector als de zorgsector is de rol van de overheid op de arbeidsmarkt groot. Bezuinigingen hebben direct invloed op de werkgelegenheid. Momenteel wordt er weer geïnvesteerd in de zorg, dus is de roep om arbeidskrachten groot. Een ander voorbeeld is de kinderopvang waardoor verandering in beleid door de overheid eerst veel banen gecreëerd zijn, daarna vernietigt zijn en momenteel er weer banen gecreëerd worden.
Bovenstaande effecten hebben invloed op de keuzes van jongeren voor hun opleiding en hierdoor op de beschikbaarheid van het aantal potentieel werknemers in het bedrijfsleven. Ook scholen hebben hier last van, want opleidingen worden afgebouwd en moeten vervolgens weer opgebouwd worden. Hoe ga je als school hiermee om? Een grote uitdaging voor het MBO.
Thema 3: wat betekent de aantrekkende arbeidsmarkt voor de toekomst van het MBO?
Afgelopen jaren zijn er in de kranten veel negatieve berichten geweest over de toekomst van het MBO. Automatisering, informatisering en robotisering zouden banen op MBO-niveau laten verdwijnen. Afgelopen maanden staat de vraag centraal of het MBO überhaupt voldoende arbeidskrachten kan afleveren.
Automatisering, informatisering en robotisering zijn structurele effecten. Conjunctuur kent een golfbeweging.
André stelt dat slechts 6% van de beroepen structureel zullen veranderen. Het grootste deel van de beroepen zal op deeltaakniveau veranderen. Hierop moet het onderwijs op inspelen.
Het aantal MBO-studenten stijgt in 2019/2020 tot 475.000 afgestudeerden, maar daalt daarna tot ongeveer 446.000 afgestudeerden in 2024/2025. Het is belangrijk om naast de vraag (werk) te kijken naar het aanbod (afgestudeerde MBO-ers).
André toont een kwadrant waarin de arbeidsmarktbalans in kaart gebracht wordt: arbeidsperspectief versus animo voor de opleiding. De kans voor het MBO zit hem in kwadrant 2 waarin veel arbeidsmarktperspectief is en er veel animo is voor de opleidingen. Daarnaast zal het MBO jongeren die voor kwadrant 4 kiezen jongeren moeten bewegen om voor kwadrant 3 te kiezen. Vanuit de zaal komt er kritiek en wordt de vraag omgedraaid: wat maakt dat jongeren niet kiezen voor bepaalde sectoren, zoals horeca (met slechte arbeidsomstandigheden) of transport. En legt de bal bij de werkgevers. Wie is er verantwoordelijk om sectoren aantrekkelijk te maken? De school om studenten te sturen naar een andere keus of het bedrijfsleven? Een open eind in deze keynote.

Patrick Koning is auteur van: ‘#Mediawijsheid in de klas‘, edublogger op Lerenontrafeld.nl, actief op Twitter (@pjkoning) en werkt als trainer/ontwikkelaar bij de Academie voor Teaching & Learning van het Koning Willem I College in ‘s-Hertogenbosch.

Keynote: Mo(e)tivatie in het beroepsonderwijs #cvimc

Rob Martens werkzaam bij het ECBO start zijn keynote met de stelling dat motivatie de basis moet zijn van het onderwijs. Ron vergelijkt het onderwijs met een eiersorteermachine. Een goede eiersorteermachine sorteert op een juiste manier. Daarnaast raken er geen eieren beschadigd. Het onderwijssysteem is een slechte eiersorteermachine met jaarklassensysteem, vroegtijdige selectie, et. cetera. Jongeren komt niet op het juiste niveau terecht en een deel van onze jongeren raken beschadigd.
Er geldt een geboortejaareffect in het onderwijs (alsook in de sport: Het Geboortemaand-effect in de Nederlands opleidingen). Jongeren die in oktober geboren zijn hebben bijvoorbeeld een grotere kans om naar het vmbo dan naar de havo te gaan. Mocht je als jongere een leerstoornis hebben dan is het effect het grootst: rond de 70%. De jongste kinderen in de jaargroep zijn fysiek, cognitief en sociaal vaak minder ver dan hun oudere klasgenoten. Een deel van deze jongeren raken hierdoor beschadigd: zelfvertrouwen. Er blijkt zelfs een verband te zijn met een grotere kans op zelfdoding (Engels onderzoek).
Naast bovenstaande geboortejaareffect blijkt uit onderzoek dat de motivatie van jongeren in het onderwijs al jaren lang daalt in Nederland.
Tot nu een niet al te vrolijke toon in de keynote.
Rob draait de toon om door dieper in te gaan op het begrip motivatie. Motivatie was tot voor kort gestoeld op het behaviorisme: straffen en belonen. In de huidige wetenschap is de zelfdeterminatie-theorie de norm momenteel En niet het straffen en belonen uit het behaviorisme.
De zelfdeterminatie-theorie rafelt het begrip motivatie uiteen in: sociale verbondenheid, autonomie en competentie. Door (in de omgevingskenmerken) te spelen met sociale verbondenheid, autonomie en competentie ontstaat er intrinsieke motivatie. Deze intrinsieke motivatie levert: nieuwsgierigheid, samenwerking, inzet, diepgaan leren, creativiteit, minder uitval en hoger welzijn.
Rob geeft een aantal voorbeelden van het onderwijssysteem, bijvoorbeeld de CITO-score, waarbij keer op keer de eiersorteermachine autonomie, competentie en verbondenheid ondermijnt. Dit geeft een stigma aan jongeren en aan het MBo. Google maar eens met de zoekterm: ‘MBO’ers zijn’.
Rob pleit in zijn keynote om met de zelfdeterminatie-theorie in het achterhoofd naar je onderwijs te kijken. En pleit voor meer spelen in het onderwijs, omdat spelen en intrinsieke motivatie in elkaar verlengde liggen.

Patrick Koning is auteur van: ‘#Mediawijsheid in de klas‘, edublogger op Lerenontrafeld.nl, actief op Twitter (@pjkoning) en werkt als trainer/ontwikkelaar bij de Academie voor Teaching & Learning van het Koning Willem I College in ‘s-Hertogenbosch.

Digitaal leren en werken is mensenwerk !

MBO Amersfoort (Freddy Nguyen) vertelt samen met Remi Boshuizen van ROC van Amsterdam en de uitgever van 24Boost hoe zij hun onderwijs hebben ingericht met 24 boost. Er is een samenwerking mogelijk is met EduActief en Deviant. Daardoor staat er direct content in de omgeving. Dat kan dan aangevuld worden met eigen materiaal.

Freddy geeft aan dat het belangrijk is te starten met een visie, naast uiteraard digitale vaardigheden en content en vooral niet vanuit de techniek. Een implementatie blijft moeilijk, beide heren zijn nu nog echte voortrekkers met hun digitale activiteiten binnen hun teams. Er ontstaat gelukkig wel enthousiasme bij collega’s. In Amersfoort wordt voor een week materiaal klaar gezet. Dat kan per groep of per student.

Materiaal / opdrachten kunnen in de omgeving ingeleverd worden, samenwerking met O365 wordt gezocht, maart is nog gerealiseerd. Nu worden er bv links ingeleverd die verwijzen naar een OneDrive van een student. Geen echte integratie, maar een werkbare oplossing als je voldoende digitaal vaardig bent.
Er is nog geen directe actieve koppeling met een SIS. De docent is hier dus in de lead, ofwel die moet zelf zijn studenten in groepen / klassen klaar zetten en uitnodigen. Dat geeft nog een flinke uitdaging met de opkomende keuzedelen.
Het platform wordt betaald vanuit de licenties, dus je kunt bv. Starttaal afnemen i.c.m. 24 Boost voor de dezelfde prijs als een kale licentie. Als nu alle uitgevers aansluiten bij dit initiatief dan wordt het echt leuk.

Benoembaar, bekwaam en bevoegd in het mbo #cvimc

Vanaf 1 augustus wordt ik projectleider van de Opleidingsschool MBO de we samen met Fontys aan het bouwen zijn op het Koning Willem I College. De reden om de workshop: ‘Benoembaar, bekwaam en bevoegd in het mbo’ te volgen van Yvonne Dijkman en Nathan Soomer van de MBO Raad.
De workshop start met een old school quiz waarin aan de hand van stellingen blijkt hoe lastig het is om vast te stellen of iemand benoembaar is: Mag je een 1e graad docent Engels benoemen om het keuzedeel Duits laten geven?, Mag je iemand met veel ervaring als trainer in een sportschool benoemen als gymdocent? of Mag je een 4de jaars student Pedagogiek het benoemen als docent Rekenen?.
Om scholen te helpen heeft de MBO Raad een service document: ‘Benoembaar, bekwaam en bevoegd’ gemaakt.
Een docent van de lerarenopleiding is benoembaar voor het vak waarvoor hij is opgeleid. Een docent met een diploma van een oude lerarenopleiding (diploma van voor 1991) is benoembaar.Een zij-instromer is benoembaar als hij een hbo-diploma heeft voor het vak dat hij gaat geven, door het bevoegd gezag geschikt wordt verklaard en een PDG-opleiding succesvol heeft afrond. Een zij-instromer die geen hbo-diploma heeft is benoembaar als hij aantoonbaar hbo-werk en denkniveau heeft. Een zij-instromer die nog geen PDG-opleiding heeft afgerond is tijdelijk (maximaal 2 jaar) benoembaar als hij de PDG-opleiding gaat volgen. Een invaldocent is tijdelijk benoembaar (maximaal 2 jaar) als het bevoegd gezag iemand geschikt acht en er afspraken gemaakt zijn om binnen 2 jaar alsnog aan de bekwaamheidseisen te voldoen. Een gastdocent met specifieke kennis en vaardigheden is beperkt benoembaar voor maximaal 4 uur/week op jaarbasis. Hieraan zit geen maximale duur. De LIO is tijdelijk benoembaar (valt onder de categorie invaldocent).
Vanuit de deelnemers komt de vraag wat de sanctie is als je niet aan bovenstaande voldoet? De bekostiging van een school hangt onder andere af van bovenstaande. Een bekostigingssanctie zou het gevolg kunnen zijn. Of de gegeven onderwijstijd wordt niet meegeteld.


Patrick Koning is auteur van: ‘#Mediawijsheid in de klas‘, edublogger op Lerenontrafeld.nl, actief op Twitter (@pjkoning) en werkt als trainer/ontwikkelaar bij de Academie voor Teaching & Learning van het Koning Willem I College in ‘s-Hertogenbosch.

Sfeerimpressie managementconferentie ‘Droom en Daad verbinden’ #cvimc

Voorafgaand aan dag 2 van de CvI-managementconferentie ‘Droom en Daad verbinden’ wil ik een korte sfeerimpressie geven. De sfeer is m.i. namelijk een van de sterke kanten van de conferenties van het Consortium voor Innovatie. En kennisdeling vindt pas echt plaats als de sfeer goed is.

Het is lastig om in verschillende regio’s originele locaties te vinden waar je met meer dan 1000 mensen kunt confereren. Een aantal jaren geleden vond deze conferentie plaats in de Roompot te Domburg. Dat was geweldig. De Efteling is ook uniek.

 

opening cvi

Theaterzaal van de Efteling tijdens de opening. Deze conferentie heet ‘managementconferentie’. Een naamsverandering is het overwegen waard aangezien er ook veel niet-managers zijn (docenten onder meer). Studenten spelen altijd een belangrijke rol bij CvI-conferenties. Bijvoorbeeld bij de opening. Ongeveer 140 studenten van ROC Tilburg zijn dit jaar actief.

Het CvI bestaat dit jaar 25 jaar. Addy de Zeeuw van het CvI was er vanaf het begin bij, en werd terecht bedankt. Hij heeft echter een hekel er aan om in de aandacht te staan. Hij was van het podium af voor we er erg in hadden. Addy is overigens één van de meest creatieve personen die ik ken. Ik heb twee conferenties met hem mogen organiseren en heb veel van hem (en van de andere CvI-medewerkers) geleerd.

Wouter Hart

Keynote-spreker Wouter Hart.

Hier kun je o.a. luisteren naar keynotes.

 

In de Fata Morgana vinden A3-presentaties plaats.

stand cvi

  

 Voorbeeld van een A3-presentatie. Waar ook veel wordt gediscussieerd.

 

 Het CvI heeft ook een groep ‘Vrienden van het CvI’. Karin Winters en Willem Karssenberg horen daarbij. Ik ook. Vrienden doen wat extra’s voor het CvI, en het CvI waardeert de vrienden. Ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van het CvI kregen we een rozet en een fles bubbels. Op de rozet van Willem staat ’65’. Willem was gisteren jarig.

Logistieke innovaties en onderwijs #cvimc

Kunnen ontwikkelingen op het gebied van logistiek inspiratie bieden voor onderwijslogistiek? Ja. Weet men ook al hoe? Nog niet.

Iris Vis van de Rijksuniversiteit Groningen ging in op logistieke uitdagingen binnen het onderwijs. Zij is thuis in de logistiek, maar houdt zich onderzoeksmatig ook bezig met flexibilisering en personalisering van het onderwijs en de impact op logistiek.
Iris vertelde over de grote impact die internettechnologie heeft gehad op de logistiek. 
Dankzij internettechnologie kunnen vandaag bestelde producten heel snel in huis zijn. Je wilt als klant bepalen wanneer iets bezorgd wordt, en bij voorkeur in één keer. Dat leidt tot de volgende mogelijkheden:
Webshop -> centraal magazijn -> thuis
Webshop -> winkel -> thuis
Waar haal je het product vandaan, hoe bezorg je het thuis (fietskoeriers, pakketboot, bus)? Als dienstverlener moet je nadenken over die modaliteiten. Maar je moet ook nadenken over zaken als kosten en duurzaamheid (lege bussen vervuilen).
Andere ontwikkelingen zijn:
  • Crowdsourcing: laat klanten de bestelling meenemen? Mensen worden ‘assistent-logistiek dienstverlener’. Via een app kun je je daar voor aanmelden.
  • Drones. Daar wordt ook mee geëxperimenteerd. Interessant voor afgelegen gebieden.
  • Zelfrijdende voertuigen.Via een SMS-code maak je een kluisje open waar jouw product in ligt.
  • Leidingnet. Vergelijk het met de buizenpost van vroeger. Dat betekent wel ingrijpende aanpassingen van de fysieke omgeving. 
Nieuwe modaliteiten impliceren ook andere processen. Hoe kom je tot een goed logistiek ontwerp? Welke doelen streef je na? Welke keuzes en afwegingen maak je? Met welke randvoorwaarden heb je te maken? Deze vragen liggen ten grondslag aan je ontwerp.
Hoe gaan we bijvoorbeeld de vraag voorspellen? Willen klanten een product binnen een dag hebben? Kun je bijvoorbeeld bij voorbaat producten verspreiden? Big data spelen daarbij een rol. Nespresso kan bijvoorbeeld jouw koffiedrinkgedrag voorspellen, en daar op inspelen. Als je een nauwkeurig idee hebt van de vraag, dan kun je anticiperen. Kun je aan twitterdata bijvoorbeeld zien dat een boek populair wordt?
Welk transportmiddel willen we gebruiken, hoeveel voorraad willen we hebben? Hoe maken we een planning voor de aflevering? Welke capaciteit hebben we om te kunnen bezorgen?
Waar gaan we deze dienst aanbieden? Meteen landelijk of voeren we stapsgewijs in? Denk aan de bezorgservice van AH? Zij hebben dat geleidelijk ingevoerd.
Hoe weten we of iets een succes is? Wat zijn prestatiematen? Kosten, klanttevredenheid, werkomstandigheden, personeel, duurzaamheid, veiligheid? Neem diverse facetten mee, voordat je een ontwerp gaat maken.
Elke organisatie is uniek en maakt zijn eigen business case. Verder geldt dat een hogere dekkingsgraad leidt tot een eenvoudiger verlopende distributie. 
Volgens Vis zijn hierbij veel parallellen met logistiek in het onderwijs te trekken. Scholen willen gepersonaliseerd onderwijs realiseren, maar lopen aan tegen de organiseerbaarheid. 
De lerende is dan de evenknie van de klant, al gaf zij ook een voorbeeld van roostering waarbij de lerende toch eigenlijk als ‘product’ werd beschouwd.
Iris Vis schetste ook de ontwikkeling waarbij de productie van push naar pull gaat. Massaproductie past daar niet meer goed bij. 3D-printers zorgen er zelfs voor dat je geen onderdelen meer op voorraad hoeft te hebben.
Je wilt exact maken wat de klant wil, op het juiste moment, zonder verspillingen. Je wilt als bakker aan het eind van de dag namelijk geen brood over hebben. Je wilt ook niet dat talenten van je medewerkers niet goed worden benut.
Iris stelde dat de lean filosofie veel potentie biedt voor onderwijslogistiek. Deze filosofie gaat er vanuit dat experts op de werkvloer weten hoe ze processen moeten  regelen. Teams zijn dan zelfsturend binnen kaders. Binnen de zorgsector wordt lean bijvoorbeeld al gebruikt om wachttijden voor operaties korter te maken. Dit concepten werken ook binnen dienstverlenende organisaties.
Vervolgens ging Iris Vis in op Zo.Leer.Ik! Daarbinnen werken 18 scholen aan de invoering van gepersonaliseerd onderwijs. Lerenden kiezen eigen leerpaden. Leerstof is aan de hand van leerdoelen opgedeeld in modules en thema’s. Via gesprekken met een coach wordt bewaakt dat lerenden ook werken aan de leerdoelen. Via een logboek worden vorderingen beschreven, en wordt de voortgang gemonitord.
Hoe organiseer je onderwijs op maat? Hoe stel je groepen samen? Welke werkzaamheden voeren docenten wanneer uit? In sessies zijn binen dit initiatief de primaire processen in kaart gebracht en via value stream mapping is gekeken naar activiteiten en processen nu en straks. 
Kun je de leervraag van lerenden voorspellen? Als dat mogelijk is, kun je een inschatting maken waneer je welke docenten nodig hebt. Kun je data uit het verleden en data via sociale netwerken daarbij gebruiken? Lerenden blijken bijvoorbeeld vooral te kiezen wat zij lastig vinden.
Via formatieve toetsen kun je checken of lerenden naar een ander onderdeel kunnen gaan. Dit betekent dat leerlingen onderdelen gaan volgen in groepen met een andere samenstelling. Je moet als school ook bepalen bij hoeveel lerenden je les gaat geven. Ook in de logistiek van andere sectoren bezorgt men pakjes gezamenlijk, en niet één voor één.
Iris Vis benadrukte terecht dat je bij het ontwerp van onderwijslogistiek veel vragen moet beantwoorden, voordat je je tot een ontwerp kunt komen. Persoonlijk had ik gehoopt meer antwoorden te krijgen. Binnen het MBO en HBO wordt immers al meerdere jaren gezocht naar vormen waarom onderwijs meer gepersonaliseerd kan worden, en naar de impact op de onderwijslogistiek. Het lastige hierbij is ook dat de lerende de ene keer ‘klant’, en de ene keer ‘product’ lijkt te zijn.
Ik vind het sowieso best ingewikkeld om de vergelijking te maken tussen -bijvoorbeeld- Cool Blue en het beroepsonderwijs. Desondanks is het waardevol om je te laten inspireren door andere sectoren.

Sessie: Wat betekent het gepersonaliseerde vo-onderwijs voor het mbo?

In de laatste ronde vandaag nam ik deel aan een sessie die vooral ging over het in gang zetten van een verandertraject om gepersonaliseerd leren vorm te geven binnen de diverse vmbo scholen van het Wellantcollege. Marjon Kollau vertelde samen met haar collega over de weg die is ingeslagen om meer maatwerk te kunnen bieden ondetsteund door ict. Ik was vooral geinteresseerd in hoe je in zo’n traject het personeel mee krijgt. Daarvoor was een mooie metafoor gebruikt, die gebaseerd is op drie onderliggende theorieen:

De adoptiecurve van Rogers

De hype cycle van Gartner

De kleurentheorie van De Caluwe (pdf)

Deze drie theorieën werden gecombineerd tot een visie waarbij de voorlopers in de organisatie vooral worden ingezet om experimenten uit te voeren of onderzoek te doen op het hoogste punt van de hype cycle, waarbij ze de “zwarte piste” afgaan en risico’s durven nemen. Het gevaar in de hype cycle zit hem vooral in de put (trough of disillusionment) waarin je kan belanden als iets niet lijkt te werken. Het idee is dat de voorlopers (early adopters) daar wel doorheen komen om een innovatie toch tot een succes te maken en zij kunnen anderen hierin meenemen.

Bij het Wellantcollege worden docenten als i-coaches ingezet om met nieuwe ict-tools te experimenteren en zogenaamde innovators (ook docenten) gaan meer op het onderwijskundige vlak op onderzoek uit en beide proberen hierin hun collega’s mee te nemen. Andere collega’s, die wat minder voorop willen lopen gaan de “blauwe piste” of de “rode piste” verkennen, die een stukje verderop in de hype cycle zijn. Op basis van een 0-meting wordt de “kleur” van de medewerker bepaald en training wordt aangepast aan de behoefte van de medewerker.

De experimenten die worden opgezet zorgen voor nieuwe inzichten op allerlei gebieden (roostering, ondersteuning, gebruik van ruimtes), waarna gekeken wordt hoe de organisatie de verandering beter kan ondersteunen. Hierbij speelt ook het management natuurlijk een rol. Wat de presentatoren verder nog opmerkten over een dergelijk traject is dat het loslaten van de traditionele rol van docent en de verantwoordelijkheid bij de student leggen het lastigste is voor de docent. Ook teamleiders hadden een apart traject met bijeenkomsten, waarbij ze ook moeten leren loslaten.

De verbinding van de drie theorieën vond ik een interessante vondst die een krachtige metafoor oplevert waarbij je samen van een piste gaat, risico’s durft te nemen en daar in ieder geval veel van kan leren..

Keynote: ‘Systematische Cultuurverandering binnen Stedelijke Onderwijslocaties’ #cvimc

Ilias El Hadioui, Wetenschappelijk Docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en programmaleider van de Transformatieve School, start zijn keynote met het onderscheid tussen de leefwereld, die van de student, en de systeemwereld, die van de school, en de spanning die tussen deze twee leefwerelden. Hij toont dit verschil aan door een scene uit de film: ‘Entre les murs’ te tonen waarin het Frans dat de leerlingen leren (de systeemwereld) niet overeenkomt met de taal die ze op straat spreken (de leefwereld). Ilias betoogt dat niet twee, maar drie leefwerelden zijn waarop de jongeren willen excelleren:
  • Straatcultuur – voornamelijk een mannelijk cultuur.
  • Schoolcultuur – voornamelijk een vrouwelijke cyltuur.
  • Thuiscultuur – divers: volkscultuur, moderne cultuur, traditionele cultuur, et. cetera.
In alle leefwerelden willen de jongeren “erbij horen” (de pyramide van Maslow). Sociale uitsluiting is zichtbaar in de pijngebieden en voelt dus als fysieke pijn. Het klimmen op de ene ladder betekent dalen op een andere ladder. Dit is een groot dilemma voor jongeren.
In de Transformatieve School staat dit dilemma centraal. Wat blijkt? Docenten die succesvol zijn in om in dit spanningsveld te acteren, bezitten: spelgevoel, zelfvertrouwen, gezag en blijven trouw aan hogere leerdoelen. Een krachtig docententeam is in staat om vanuit bovenstaande individuele persoonskenmerken elkaar te motiveren, elkaar feedback te geven en elkaar morele steun te geven. Een zwak docententeam is gedemotiveerd, geven elkaar sociaal wenselijke feedback (en houden zo de zogenaamde perfectie hoog) en roddelen in de docentenkamer over elkaar. Een schoolleider creëert een cultuur waarin men elkaar motiveert, feedback geeft en steunt. De schoolleider moet hierin een voorbeeld zijn.

Patrick Koning is auteur van: ‘#Mediawijsheid in de klas‘, edublogger op Lerenontrafeld.nl, actief op Twitter (@pjkoning) en werkt als trainer/ontwikkelaar bij de Academie voor Teaching & Learning van het Koning Willem I College in ‘s-Hertogenbosch.

ELO implementeren is een kunst #cvimc

“Niet omdat het moet, maar omdat het kan”. Deze bekende reclameslogan gebruikt ROC Aventus bij de implementatie van hun elektronische leeromgeving).
stand cviBert Hulsbergen van Aventus deelde zijn ervaringen met de implementatie van Onderwijs Online.

De aanleiding voor de switch naar deze digitale leeromgeving had te maken met financiën en beheerslast. Die was hoog. Docenten moesten bijvoorbeeld zelf handmatig groepen samenstellen. Op basis van een plan van eisen kwam men bij Onderwijs Online uit, omdat dit systeem gemakkelijk gekoppeld kan worden aan Trajectplanner (dat men al gebruikte). Voor andere koppelingen was maatwerk nodig.

Een projectgroep werd verantwoordelijk voor de implementatie. Er is een pilotteam gekozen per sector. Daarbij is vooral gekeken naar enthousiastelingen. Die voorlopers hebben koppelingen en functionaliteiten getest. Ook gaven zij feedback op ondersteunende materialen zoals quick referene cards.

 Na vier maanden heeft men binnen Onderwijs Online een online cursus gebouwd die docenten konden volgen. De ervaringen van de pilotteams zijn gebruikt om die cursus te maken. Daarna zijn vijf arrangementen bedacht om de implementatie vorm te geven.

  1. Niet actief werken met een ELO. Alleen oriënteren.
  2. Content maken in de ELO.
  3. Projecten faciliteren met de ELO.
  4. Content en projecten.
  5. Wat kun je meer met de ELO? (peilingen, enquetes, chat)

De implementatie is toen verder gemonitord en de oude leeromgeving is men af gaan bouwen. De bestaande content moest opnieuw worden ingevoerd. Eén sector heeft toen opnieuw gekeken wat men wil met de leeromgeving. Daarbij lag het accent op goede ervaringen delen en inspireren.

Er is ook gekeken naar ervaringen met de implementatie. Van de ondervraagden gebruikte 70% Onderwijs Online niet. Daar moet men wat mee. Zo’n 80% had ook geen trainingen gevolgd. Medewerkers moeten ook keuzes maken in waar ze hun overblijvende tijd aan willen besteden.

De meeste mensen zijn wel enthousiast over het gebruik van ICT, maar zijn nog niet overtuigd van de bijdrage aan de kwaliteit van het onderwijs. Ook ziet men vaak door de bomen het bos niet (nieuwe studentadministratiesysteem, nieuw roosterprogramma, enzovoorts). Op basis van de ervaringen gaat men de implementatiestrategie opnieuw tegen het licht houden.

Ik vraag me af of een duidelijke visie op het gebruik van een digitale leeromgeving voor het eigen onderwijs, en duidelijke sturing op meerdere niveaus, hier niet ontbreken.  Hoe past een digitale leeromgeving binnen ons onderwijsconcept? Leidinggevenden zouden daar op moeten sturen (wat niet hetzelfde is als ‘zeggen hoe het moet’). Zie ook:

Verder is tijdens deze sessie gesproken over de motivatie van lerenden en over de positie die docenten ten opzichte van de digitale leeromgeving. Tenslotte is hier ook gesproken over de vraag of Office365 niet ook een volwaardige leeromgeving kan zijn. Ik heb me maar buiten de discussie gehouden (zie hier en hier).